Multi-merkenportfolio's stellen loyaliteitsmarketeers voor een lastig dilemma. Je kunt één gedeeld programma bouwen dat efficiënt is maar merkidentiteit negeert, of je kunt per merk een los loyaliteitsprogramma opzetten dat duur is en moeilijk te onderhouden. Beide opties zijn suboptimaal.
Bij Livewall ontwerpen we loyaliteitsprogramma's voor merken als HEMA, Decathlon en Rituals. Dat zijn stuk voor stuk merken met een sterke eigen identiteit. Wat we keer op keer zien: de fout zit niet in de technologie, maar in het startpunt. De meeste teams beginnen bij het platform of het merk, terwijl ze bij het gedrag zouden moeten beginnen.
Begin bij gedrag, niet bij identiteit
Het eerste wat je moet vaststellen: welk klantgedrag wil je per merk stimuleren? Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk starten teams bijna altijd bij de vraag "wat past bij ons merk?" in plaats van bij "wat wil onze klant vaker doen?"
Gedragsdoelen zijn de brug tussen een generieke loyaliteitsstructuur en een merkspecifieke invulling. Stel dat je drie merken in een portfolio hebt: een dagelijkse supermarkt, een sportretailer en een woonwinkel. De aankoopfrequentie verschilt enorm. De loopbaanfase van de klant verschilt. De reden om een merk te kiezen, verschilt. Die verschillen bepalen welk loyaliteitsmechanisme werkt, niet het huisstijlboek.
Eén architectuur, meerdere uitingen
De sleutel tot een schaalbaar multi-merkenmodel is het onderscheid tussen structuur en beleving. De structuur, denk aan puntensystematiek, tieropbouw, koppeling met CRM en de technische infrastructuur, kan gedeeld zijn. De beleving, de naam, de toon, de beloningen, de visuele taal, is merkspecifiek.
Dit principe gebruiken we bij Decathlon, waar een always-on loyaliteitsprogramma draait dat leden beloont voor dagelijkse beweging. De structuur is robuust en schaalbaar. De invulling past bij de actieve, sportieve identiteit van het merk. Dezelfde architectuurlogica kan je toepassen op een compleet ander merk, zolang de gedragsdoelen kloppen.
De gevaren van portability
Een veelgemaakte fout is het kopiëren van een succesvolle mechanic van merk A naar merk B. "Het werkte voor merk X, dus het werkt ook voor merk Y." Dat klopt zelden. De mechanic werkte omdat hij aansloot bij de klantmotivatie van dat specifieke merk en die specifieke categorie.
Neem de gamified loyaliteitscampagne die we voor HEMA bouwden, HEMA Stapelgek. Die was succesvol omdat hij aansloot bij de speelse, toegankelijke merkpersoonlijkheid van HEMA en het dagelijkse aankooppatroon van de klant. Diezelfde spelvariant zou bij een luxebeautymerk compleet anders landen.
De vraag is niet "welke mechanic gebruiken we", maar "welk gevoel willen we oproepen bij de klant, en welke mechanic past daarbij?"


